9.3
L: Goedemorgen! Heb jij vandaag die vergadering voorbereid?
R: Ja, ik heb de presentatie gisteren afgemaakt.
L: Fijn. Zullen we straks samen even oefenen?
R: Goed idee. Dan kunnen we meteen kijken of alles duidelijk is.
L: Hoe laat begint de vergadering eigenlijk?
R: Om tien uur, in vergaderzaal drie.
L: Heb jij de hand-outs geprint?...




